back-to-video-overview

De weg naar Van Eyck

Door: Museum Boijmans Van Beuningen

De revolutie die Jan van Eyck tussen 1422 en 1441 in de schilderkunst teweeg bracht kwam niet uit de lucht vallen. Al vanaf 1380 beginnen kunstenaars oog te krijgen voor de hen omringende werkelijkheid en proberen ze dat wat ze zien, in hun werk te vervlechten met traditioneel overgeleverde religieuze vertellingen.

In deze video geven de conservatoren Friso Lammertse (Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam) en Stephan Kemperdick (Gemäldegalerie, Berlijn), een introductie op de tentoonstelling: De weg naar Van Eyck. Daarbij gaan ze in op de vernieuwingen die Jan Van Eyck realiseerde en schetsen zij een beeld van de kunstwereld tijdens zijn leerjaren. De schitterende objecten in goud en emaille, leer, hout, albast of olieverf op paneel die de jonge Jan van Eyck toen zag, moeten hem tot zijn revolutie hebben aangespoord.

Deze video is gemaakt ter gelegenheid van de tentoonstelling De weg naar Van Eyck, te zien in Museum Boijmans Van Beuningen van 13 oktober 2012 t/m 10 februari 2013.

Toon videofragmenten
  1. 00:48

    Het Lam Gods

    Het Lam Gods is een altaarstuk in de Sint Baafskathedraal in Gent. Het kan open en dicht als een drieluik en bestaat in totaal uit 20 beschilderde panelen. Centraal staan God de vader in de hemel en zijn zoon Jezus als een offerlam op aarde, die met elkaar verbonden zijn door de stralen van de Heilige Geest. Een opschrift vertelt dat Hubert van Eyck met het altaarstuk begon en dat zijn broer, Jan van Eyck (‘de tweede in de kunst’) het heeft voltooid. Over Hubert is alleen bekend dat hij in 1426 stierf. Behalve het middenpaneel van het Lam Gods, zijn er geen kunstwerken die met zekerheid aan hem kunnen worden toegeschreven.

    De Drie Maria’s aan het Graf, in de collectie van Museum Boijmans, zou van zijn hand kunnen zijn, al denkt men nu toch dat het paneel na 1426 is geschilderd. En op een hele bijzondere, onlangs opgedoken tekening in zilver en goudstift van een kruisiging, staat Huberts naam. Maar dit opschrift is uit de 17e eeuw en niemand weet of het betrouwbaar is

  2. 01:10

    Tijdgenoten

    De 16de eeuwse geschiedschrijver Marcus van Vaernewijck meent dat de gebroeders Van Eyck ‘van nieuws dese conste in deze landen gheinventeert’ hebben en deze ook meteen ‘ten hoochsten ghebracht’. En ook Karel van Mander schrijft in zijn Schilder-Boeck van 1604 dat de schilderkunst hier begint met Jan van Eyck: ‘want ick vinde niet, dat in hoogh oft neder Duytch-landt eenige vroeger Schilders bekent zijn, oft ghenoemt worden’. Van Mander en zijn Italiaanse voorbeeld Vasari, schrijven allebei dat Jan van Eyck de uitvinder is van de olieverfschilderkunst, maar dat is niet waar, want er werd al in de twaalfde eeuw met olieverf geschilderd. Wel heeft Van Eyck de techniek verder ontwikkeld en verfijnd.

  3. 02:10

    Panorama

    Naast Stephan Kemperdick zijn de volgende schilderijen te zien: Aanbidding van de koningen met de heilige Antonius, ca.1410; Antwerpen-Baltimore Quadriptiek, ca.1380; Drieluik met de Bewening van Christus, ca.1420-1430; Hoffeest in een park, ca 1550, naar een origineel uit 1430-1431; Mantelmadonna, ca.1410-1420; Norfolktriptiek, ca.1410-1420.

  4. 03:39

    Chartreuse de Champmol

    In 1377 sticht de Hertog van Bourgondië, Filips de Stoute, een kartuizer klooster in Dijon. De bouw begint in 1383 en tot ver in de vijftiende eeuw zijn kunstenaars bezig om het klooster te verfraaien met schilderijen en beeldhouwwerk. Beroemd is de graftombe van Filips de Stoute met een realistische rouwstoet van zogenaamde ‘pleurants’ en de Mozesput ; beide zijn van de uit Haarlem afkomstige beeldhouwers Claes Schluter en Claes de Werve. Tijdens de Franse Revolutie zijn veel werken vernield of geroofd. De ‘pleurants’ in de tentoonstelling komen uit Cleveland. De ingang van het klooster en de Mozesput zijn echter nog ter plekke in Dijon te bewonderen.

  5. 04:42

    Antwerpen-Baltimore Quadriptiek

    Het modelfiguurtje is in de tentoonstelling te zien op een vierluik uit circa 1380 dat is teruggevonden in Champmol en dat waarschijnlijk is gemaakt voor de Hertog van Bourgondië. Twee luiken worden in Antwerpen bewaard en twee in Baltimore. Ze tonen scènes uit het leven van Jezus: de annunciatie, de geboorte, de kruisiging en de opstanding. De annunciatie heeft op de buitenzijde een voorstelling van de doop van Jezus door Johannes de Doper; de opstanding heeft de heilige Christophorus, met op de achtergrond het drinkende mannetje met zijn hondje. Het schilderij van Petrus Christus waar het mannetje ook op voorkomt heet De geboorte van Christus en is geschilderd in 1452.

  6. 06:33

    De verzoekingen van de heilige Antonius

    De figuur die centraal staat op het schilderij is de duivel, vermomd als een mooie en rijke koningin, die Antonius op verschillende manieren van het goede pad af probeert te brengen. Behalve dat zij haar hofdames voor de ogen van de kluizenaar laat baden, leidt ze hem af met wonderbaarlijke genezingen, goud en juwelen. Allerlei kleine details geven aan dat het bij de koningin niet pluis is: haar bedienden hebben geen voeten, maar klauwen, een duiveltje vlucht weg boven de deur en aan de bovenkant van het gebouwtje zijn de dronkenschap van Noah en de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs verbeeld; allebei scenes die gaan over verleiding en zonde.

  7. 07:04

    Zogeheten Turijns-Milanese getijdenboek

    Dit gebedenboek was van Jan van Beieren en telde oorspronkelijk 700 pagina’s. Ergens tussen de 16de en de 19de eeuw is het in tweeën gesplitst; een deel kwam in het bezit van een aristocratische familie in Milaan en het andere ging naar de bibliotheek van Turijn. Daar werd het in 1902 herontdekt door een Franse kunsthistoricus, die zo enthousiast was dat hij alle miniaturen liet fotograferen. In 1904 brak er brand uit in de bibliotheek van Turijn en ging het boek verloren. Kunsthistorici herkennen drie of vier zwart-wit foto’s uit 1902 als miniaturen van Jan van Eyck. Na de brand en het jammerlijke verlies van het halve gebedenboek, heeft de Turijnse bibliotheek het Milanese deel gekocht. De twee miniaturen van Jan van Eyck die op de tentoonstelling te zien zijn, komen uit dit deel.

  8. 07:33

    Moord

    Volgende de kronieken is Jan van Beieren vermoord door zijn nicht, Jacoba van Beieren, die ook aanspraak maakte op de heerschappij over Holland, Zeeland en Henegouwen. Zij zou in juni 1424 een gebedenboek van de graaf hebben ingesmeerd met vergif. De vrome Jan bad elke dag en sloeg daarbij met een natgemaakte vinger de pagina’s van zijn gebedenboek om. In januari 1425 had hij zo veel van het gif binnengekregen dat hij er aan overleed. Dit verhaal heeft Umberto Eco geinspireerd bij het schrijven van zijn beroemde roman ‘De naam van de roos’.

  9. 07:40

    Filips de Goede

    Het portret van Filips de Goede dat naast Stephan Kemperdick is geprojecteerd is na 1450 geschilderd door Rogier van der Weyden en bevindt zich in het Musée des Beaux Arts in Dijon.

  10. 08:00

    Geheime reizen

    Over de andere reizen die Jan van Eyck voor Filips de Goede maakte is niets met zekerheid bekend. De besneeuwde bergen op De Drie Maria’s aan het Graf (collectie Museum Boijmans Van Beuningen), wijzen er echter op dat hij de Alpen moet hebben gezien en dus vermoedelijk naar Italië is gereisd. De getrouwheid van de weergave van de stad Jeruzalem op hetzelfde schilderij, zou er op kunnen wijzen dat een van de geheime missies hem naar Jeruzalem bracht. Filips de Goede had de droom om de heilige stad met een kruistocht van de moslims te bevrijden en stuurde wellicht gezanten, waaronder Van Eyck, om de situatie ter plekke vast te leggen.

  11. 10:50

    Catalogus

    Bij de tentoonstelling De weg naar Van Eyck is een catalogus gepubliceerd met essays en uitgebreide informatie over alle tentoongestelde werken.

Reageren

naar volledige versie