/
Terug naar overzicht

Frans Dijkmeijer: Een leven weven

Door: Museum Boijmans Van Beuningen

Spring naar fragment...

Duur: 11:29
  • Begin 00:21

    Dijkmeijer leert het weefambacht in de weverijen van Kendix (Waalre) en Artex (Aarle-Rixtel), waar hij na zijn studie aan de Akademie voor Industriële Vormgeving Eindhoven in 1963 gaat werken. Omdat hij vrijwel direct de verantwoordelijkheid krijgt over de gehele designafdeling, ontwikkelt zijn technisch inzicht zich in een hoog tempo. In deze periode groeit ook het besef dat ambacht en industrie geen tegenstellingen zijn, maar juist in elkaars verlengde liggen.  

    In 1966 komt hij in dienst bij Weverij De Ploeg. Hij werkt er 14 jaar en ontwerpt veel geweven meubel- en gordijnstoffen. In 1980 besluit hij met zijn gezin naar Toulouse te verhuizen en zelfstandig te gaan werken. Aanvankelijk werkt hij vooral voor De Ploeg, maar zijn netwerk breidt zich snel uit. Het Deense meubelstoffenbedrijf Kvadrat, wordt één van zijn opdrachtgevers. Uit de samenwerking met Kvadrat komen veel succesvolle stoffen voort, waar ook nu nog menig stoel of bank mee wordt bekleed.

  • Weefsel 04:57

    Een weefsel bestaat uit draden die elkaar loodrecht kruisen, waarbij het garen dat uit het weefgetouw komt de ‘ketting’ heet. De draden die daar loodrecht op staan en in de breedte van het weefsel lopen, heten de ‘inslag’. Om een weefsel te maken, wordt een deel van de kettingdraden omhoog bewogen. Door de ruimte die dan ontstaat kan een inslagdraad heen gaan. Vervolgens worden de andere kettingdraden omhoog bewogen, zodat de inslag terug kan schieten en er een verbonden structuur ontstaat.

  • Binding 04:58

    De manier waarop de inslag- de kettingdraden elkaar kruisen wordt de binding genoemd. Er zijn drie grondbindingen, waarvan alle andere bindingen kunnen worden afgeleid:

    1. Platbinding: de draden kruisen elkaar om en om: één draad op één draad neer. Voor en achterkant van de stof hebben hetzelfde uiterlijk.
    2. Keperbinding: de kettingdraden kruisen elkaar volgens het patroon: twee op en één neer. De binding van de draden verspringt hierdoor en de kruisingsplaatsen raken elkaar diagonaal. De keperbinding is te herkennen aan schuin over de stof lopende ribbels.
    3. Satijnbinding: de kettingdraden kruisen elkaar volgens het patroon: vier op en één neer. De kruisingsplaatsen raken elkaar niet waardoor een heel glad weefsel ontstaat.

  • Weefpatroon 04:59

    Het patroon van het weefsel, ofwel de manier waarop ketting- en inslagdraden elkaar kruisen, wordt getekend op ruitjespapier. Stel kettingdraden als zwarte banden en inslagdraden als witte banden: dan heeft het patroon van het weefsel zwarte hokjes waar de ketting draden boven de inslagdraden liggen en witte hokjes waar de kettingdraden onder de inslagdraden liggen.

  • Streep 05:50

    Zodra je bij het weven de kleur van de inslag verandert, maak je een streep. Een streep lijkt dus eenvoudig, maar een succesvolle meubelstof vraagt om een ‘streeploze streep’; dat is een streep met een gelijkwaardig verloop, die visueel niet uit elkaar valt en geen richting heeft. Zo’n streep ontwerpen is voor Dijkmeijer een uitdaging. Vervolgens stelt hij aan de perfecte streep ook ‘economische’ eisen: met zo min mogelijk middelen, een zo rijk mogelijk effect bewerkstelligen. Hij maakt gebruik van de ruimtelijke werking van kleur, van schaduweffecten, laat kleuren gradueel verlopen en speelt met de wisselwerking tussen voor- en achtergrond. Zo creëert hij met een beperkt palet, een scala aan visuele effecten.

  • Ruit 05:57

    Een ruitpatroon ontstaat als je niet alleen bij de inslag wisselt van kleur, maar ook bij de ketting. Het voordeel van een ruit is dat het patroon geen overheersende richting heeft, waardoor de stof goed toepasbaar is in het interieur. Dijkmeijer laat bij zijn ruiten de breedte van de banen en de dikte van de draden variëren, zodat het patroon rijk wordt en de stof expressief. Ook creëert hij reliëf door plaatselijke verdichting van het patroon.

  • Verstrooien 06:22

    Stoffen met non-lineaire patronen zijn gemakkelijker toe te passen op meubels dan stoffen met lijnen, strepen of andere richtinggevende elementen. Door het ritme in de binding consequent te verstoren, haalt Dijkmeijer alle doorlopende lijnen weg en creëert hij verstrooide visuele effecten. Dat doet hij bijvoorbeeld met zigzagband of door de schaal van het patroon te vergroten, zodat in de open ruimtes andere bindingen kunnen worden gevoegd. Er ontstaan variaties op het thema, door elkaar heen. De computer is voor de kunstenaar bij dit ontwerpproces een belangrijke steun.

  • Structuur 07:04

    De uitdrukkingskracht van een stof wordt voor een belangrijk deel bepaald door de structuur. Dijkmeijer maakt nieuwe structuren door variaties te bedenken op bestaande patronen of deze op een ongebruikelijke manier te combineren. Zijn inspiratiebronnen zijn de natuur (een schelp, het blad van een plant), voorwerpen met een bijzonder gestructureerd oppervlak en textiel dat niet industrieel is geweven, zoals Afrikaans borduurwerk. Soms kopieert hij de effecten alleen visueel, maar vaak ook ontwikkelt hij een nieuw garen of een speciale binding, waarmee de structuur daadwerkelijk als stof gestalte kan krijgen.

  • Ruis 08:33

    De ultieme kwaliteit van een stof zit in een ‘mooie ruis’. De stof leeft, heeft een afwisselende structuur zonder richting, begin of einde. Hierdoor voegt ze zich mooi naar het meubel. Zo’n stof verzacht de vorm, terwijl stoffen met lineaire patronen deze eerder versterken of tegenwerken. Crêpe, dat met te ver doorgedraaid krimpgaren wordt gemaakt, heeft met haar korrelige en levendige structuur de ultieme kwaliteit. Dijkmeijer is een meester geworden in het nabootsen van het effect van crêpe met een klassieke binding en gewoon garen. Hij vergroot het patroon uit, brengt extra bindingen aan in de vrijgekomen ruimte en ontwikkelt zo een hele serie nieuwe stoffen.

  • Foto's 10:18

    De in de video gebruikte foto’s van de stoffen van Frans Dijkmeijer zijn gemaakt door Liv Renberg.

Textielontwerper Frans Dijkmeijer (Helmond 1936 – Toulouse 2011) staat bekend om zijn uitzonderlijke beheersing van de weeftechniek. Hij onderzoekt alle mogelijkheden van draad en binding; kijkt wat hij met het garen kan doen, bestudeert het resultaat en herziet alles keer op keer. Zijn weefproeven geven een caleidoscopisch beeld van nieuwe verbindingen en bijzondere structuren. In deze video, die 10 dagen voor zijn plotselinge overlijden is opgenomen in zijn huis en atelier in Toulouse, spreekt Dijkmeijer over zijn werk, inspiratiebronnen en de eindeloos fascinerende weeftechniek.

Deze video is gemaakt ter gelegenheid van de tentoonstelling ‘Interventie #19 Frans Dijkmeijer - Een leven weven’ in Museum Boijmans Van Beuningen. De tentoonstelling stond oorspronkelijk gepland voor het najaar van 2011, maar is vanwege het plotselinge overlijden van Dijkmeijer uitgesteld en nu te zien vanaf 2 juni 2012 t/m 30 september 2012.

Credits

Met dank aan Marianne Dijkmeijer.

Interview: Annemartine van Kesteren
Advies: Els Hoek
Foto's: Liv Renberg
Regie: Hans Wessels

Boogiemen 2012