De vrolijke chaos van Dylaby

De tentoonstelling Dylaby staat bekend als radicaal vernieuwend. Hoe experimenteel het er precies aan toe ging, blijkt uit een handgeschreven installatieschema, ontdekt Marian Cousijn.

Willem Sandberg, midden op de foto

In 1962 geeft Willem Sandberg, de vooruitstrevende directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, zes jonge kunstenaars vrij baan om een tentoonstelling te maken. Dylaby is een doolhof vol ter plekke vervaardigde kunstwerken die bewegen, lawaai maken en aangeraakt mogen worden.

De conservator van het museum houdt in een handgeschreven schema bij wat de kunstenaars Jean Tinguely, Daniel Spoerri, Robert Rauschenberg, Martial Raysse, Niki de Saint Phalle en Per Olof Ultvedt allemaal uitspoken tijdens de opbouwperiode. Het geeft een even fascinerend als hilarisch inkijkje achter de schermen.

Fragment uit het schema van Sandberg.

Zo lezen we dat Rauschenberg na zijn aankomst door de stad wandelt en twee pullovers koopt. Hij blijkt nog geen enkel idee te hebben wat hij gaat maken, maar ‘belooft terstond te zullen gaan nadenken’. Na een van jenever doordrenkte avond met Spoerri verdwijnt hij drie dagen van de radar. Raysse houdt er ook een interessant werkschema op na. ‘Wil een bad nemen’ noteert de conservator op 9 augustus. De volgende dag: ‘Blaast een ballon op. Wil een plastic bad kopen en doet dat ’s middags.’ 11 augustus: ‘Wil een bad nemen.’ 12 augustus: ‘Blaast voortdurend dezelfde ballon op. Eet teveel.’ 14 augustus: ‘Heeft de pest in. Maakt om vijf uur ’s middags een meesterwerk.’

De kunstenaars maken hun werk ter plaatse, de zalen van het museum doen dienst als atelier. Hun materialen vinden ze op het Waterlooplein. We kunnen lezen dat Raysse er drie zwembroeken koopt. Tinguely scoort er een bontjas; De Saint Phalle drie crucifixen; Spoerri dertig poppen en twintig reddingsvesten. Ultvedt koopt een fiets: niet voor de kunst, maar als vervoermiddel. Spoerri en Raysse zien zich al snel genoodzaakt een campagne te beginnen om de prijzen op het Waterlooplein te drukken. Hoe succesvol dit is, blijft onduidelijk.

In het schema wordt iedereen bij achternaam genoemd, behalve De Saint Phalle: zij is Niki. Toeval, of zou ze als vrouw minder serieus genomen worden? ‘Begint van haar charme gebruik te maken om anderen voor zich te laten werken’, wordt op 15 augustus genoteerd. 

Wie weleens een tentoonstelling heeft gemaakt, weet dat de opbouwperiode altijd een beetje een gekkenhuis is. Maar dit is wel heel extreem. Een kunstenaar (Spoerri) die serieus voorstelt om ergens in het museum een keuken te maken ‘waar de bezoeker een ei of zoiets kan bakken’, dat klinkt 55 jaar na dato nog altijd behoorlijk avant-gardistisch.

De tentoonstelling maakte in ieder geval diepe indruk. In deze video halen bezoekers herinneringen op, terwijl een nieuwe generatie uitlegt waarom Dylaby en andere experimentele tentoonstellingen uit die tijd nog steeds relevant zijn. Vergeet ook niet om op de linkjes naar historische bronnen te klikken: daar vind je onder meer een interview met Sandberg, De Saint Phalle in actie met een geweer, en het fascinerende handgeschreven schema van de opbouwperiode. 

1 video's

  • Bewogen Beweging – DYLABY: het experiment centraal

    In deze aflevering van de serie ‘Iconische tentoonstellingen van de 20e eeuw’ zoomen we in op de experimentele tentoonstelling. Wat was er daadwerkelijk te zien in Bewogen Beweging in 1961? En in welke zin onderscheidde Dylaby in 1962 zich van traditionele tentoonstellingen?